Woensdag 14 oktober werd de laatste aflevering van Zoals het komt: 100 dagen in de gehandicaptenzorg uitgezonden. De serie laat een wereld zien die voor veel mensen onbekend is: het leven van mensen die levenslang en levensbreed afhankelijk zijn van zorg en begeleiding. En wat dat vraagt van hun naasten en begeleiders die voor hen klaarstaan.
Wat ik goed vind aan de serie, is dat er niet om de werkelijkheid heen wordt gedraaid. Het leven is niet maakbaar, maar als je leeft met een beperking is je leven niet minder waardevol.
In de opening zegt Nicolaas Veul:
“Als je wilt weten hoe het met de samenleving gaat, kijk dan naar hoe ze met de allerkwetsbaarsten omgaan.”
Die zin bleef bij mij hangen. Want precies daar gaat het voor mij over.
Over hoe we de gehandicaptenzorg organiseren én hoe we als samenleving omgaan met mensen die afhankelijk zijn van anderen. Als bestuurder houd ik me dagelijks bezig met de toekomst van de zorg. Maar uiteindelijk krijgt die toekomst betekenis in het dagelijks leven van mensen.
Deze zomer hielp ik een dagdeel mee op een woning waar negen mensen met een ernstige lichamelijke beperking wonen. De bewoonster die ik die ochtend hielp, kon niet zelfstandig uit bed komen en zichzelf niet wassen of aankleden. Voor handelingen waarmee velen van ons de dag beginnen zonder erbij na te denken, is zij volledig afhankelijk van een ander.
Samen met een ervaren begeleider hielp ik haar uit bed. Natuurlijk waren er hulpmiddelen, zoals een tillift. Die maken het werk veiliger en minder zwaar.
Maar daarmee ben je er niet.
Iemand wassen, verzorgen en aankleden betekent ook dat je heel dichtbij komt. Dingen die voor de meesten van ons heel persoonlijk zijn, moet je iedere dag opnieuw aan een ander toevertrouwen.
Wie helpt mij vandaag? Wie komt er zo dichtbij? Houdt diegene rekening met wat ik prettig vind en waar mijn grenzen liggen? En de belangrijkste vraag:
Ziet diegene mij?
Wat een respect heb ik voor deze bewoonster. Het vraagt nogal wat, iedere dag opnieuw iemand zo dichtbij te laten komen en erop vertrouwen dat de ander zorgvuldig met jou omgaat. En wat een respect heb ik voor de begeleider. Voor haar vakmanschap, maar vooral voor de vanzelfsprekende aandacht voor de vrouw die ze hielp.
Die ochtend werd voor mij opnieuw heel duidelijk: goede zorg gaat niet alleen over wat je doet. Het gaat minstens zoveel over hoe je het doet.
Aandacht doet ertoe
Gek genoeg moest ik daarbij denken aan mijn eigen leven.
Als werkende moeder kende ik de ochtendspits maar al te goed: kinderen aankleden, ontbijt maken, broodtrommels vullen en ondertussen met mijn hoofd al bij de eerste afspraak van de dag zijn.
Juist als ik haast had, leek alles langer te duren. Een schoen was zoek, een boterham bleef liggen en natuurlijk moest er precies op dat moment nog iets heel belangrijks worden verteld. Hoe harder ik tempo maakte, hoe stroever het ging.
Als ik stopte met duwen en mijn aandacht weer echt bij mijn kinderen had, kwam er rust. We hadden weer contact. En vaak ging het uiteindelijk nog sneller ook.
Want mensen voelen feilloos aan of je er echt voor ze bent.
Natuurlijk is dat niet te vergelijken met de dagelijkse afhankelijkheid van mensen die intensieve zorg nodig hebben. Maar het bevestigde wel voor mij: aandacht doet ertoe. Juist wanneer je afhankelijk bent van een ander.
Slimmer is niet hetzelfde als sneller
Dat brengt me bij iets waar ik als bestuurder regelmatig over nadenk.
We hebben het in de zorg veel over arbeidsmarktkrapte, technologie, doelmatigheid en slimmer werken. En terecht. We kunnen niet alles blijven doen. Daarvoor verandert er te veel.
Maar ik wil daar wel een andere vraag naast zetten:
Wat kost het als aandacht ontbreekt?
Niet alleen aan tijd, maar ook aan vertrouwen, waardigheid en uiteindelijk kwaliteit van leven.
Aandacht zit in kleine dingen. Niet automatisch iets overnemen omdat dat sneller gaat. Even wachten. Kijken wat iemand zelf kan. Vragen wat iemand wil. Rekening houden met iemands grenzen.
Ik zie jou. Niet alleen wat jij van mij nodig hebt.
Voor mij begint goede zorg bij de overtuiging: ieder mens heeft een eigen leven, ook als diegene voor veel dingen afhankelijk is van anderen.
Juist dan moeten we extra scherp blijven op wat iemand zelf wil en kan. Helpen waar nodig, zonder meer over te nemen dan nodig. Dat klinkt logisch maar is lang niet altijd eenvoudig.
Ook ik betrap mezelf er als bestuurder op dat ik snel denk in oplossingen, processen, innovatie en tijd. Dat hoort bij mijn werk. Juist daarom vind ik het belangrijk om af en toe letterlijk mee te lopen. Het houdt de dagelijkse werkelijkheid dichtbij en helpt mij de basale vraag niet kwijt te raken:
Wordt het leven van iemand hier beter van?
Ik ben een groot voorstander van slimmer werken. Een tillift die zwaar werk overneemt, is winst. Technologie die iemand helpt iets zelf te doen, is nog mooier. En als we het werk anders en samen met anderen kunnen organiseren, zodat begeleiders hun tijd beter kunnen besteden, moeten we dat vooral doen.
Maar slimmer werken moet niet vooral sneller werken worden.
Er blijft in de zorg altijd iets wat niet door een apparaat, proces of planning kan worden overgenomen.
Goed kijken.
Luisteren.
Afstemmen.
Weten wanneer je moet helpen en wanneer juist even niet.
En er zijn als iemand je nodig heeft.
Dat ís goede zorg.
Aandacht is niet iets wat we kunnen bieden als er toevallig tijd over is. Aandacht ís het werk.
En dan kom ik terug bij de uitspraak uit Zoals het komt. Hoe we omgaan met mensen die afhankelijk zijn van anderen, zegt veel over hoe we met elkaar willen samenleven.
Een samenleving waarin we naar elkaar omkijken en ieder mens gezien wordt. Dat is de samenleving die ik iedereen toewens.
Voor mij begint dat met een heel gewone vraag:
Ben je er echt voor mij?
